adhdADHD/ADD wordt beschouwd als een ontwikkelingsstoornis. Dit wil zeggen een aandoening die reeds kan beginnen in de vroegste jeugd en zich in allerlei kritische fasen van het leven kan voortzetten en waarbij van een zekere cumulatie (opeenstapeling) van invloeden sprake kan zijn.

ADHD is een gedragsstoornis die wordt gekenmerkt door een concentratietekort (aandachtsstoornissen), impulsiviteit (ze handelen zonder eerst te overwegen wat de consequenties zijn) en/of hyperactiviteit (overactief).

Nu zijn dit alle drie normale en veel voorkomende verschijnselen, maar bij ADHD zijn ze erg hardnekkig en zo sterk dat de ontwikkeling erdoor bedreigd wordt.

 

We onderscheiden drie subtypen

  • Type 1 : ADD : enkel aandachtsproblemen (geen hyperactiviteit/impulsiviteit). ADD wordt niet snel herkend bij kinderen. Zij vertonen immers veel minder storend gedrag dan de kinderen met de andere twee vormen van ADHD. Kinderen met ADD vallen op door dromerig, apathisch gedrag en het feit dat ze meer dan gemiddeld moeite hebben om met een taak te beginnen en hun aandacht erbij te houden. Ze vergeten ook gemakkelijk en hebben moeite om zich goed te organiseren. Kinderen met ADD presteren onder hun niveau. Dat roept problemen op bij het leren en het heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van hun zelfvertrouwen.

  • Type 2 : impulsiviteit en hyperactiviteit (geen aandachtsproblemen). Over dit subtype is nog weinig bekend. Het wordt vooral gezien bij kinderen beneden de 7 jaar en zou een voorloper van het gecombineerde type 3 kunnen zijn.

  • Type 3 : impulsiviteit, hyperactiviteit & aandachtsproblemen. Spreken we over ‘ADHD’, dan bedoelen we meestal dit type. Dit type komt het meest voor.

 

De symptomen starten op jonge leeftijd en komen in meerdere situaties voor (thuis, op school). De ontwikkeling of het functioneren van het kind wordt erdoor belemmerd.

 

Wat zijn de oorzaken van ADHD ?

ADHD is een gedragsstoornis die waarschijnlijk wordt veroorzaakt door een onevenwicht in de aanmaak van bepaalde boodschappers (transmitters) in de hersenen.

Erfelijke factoren spelen een dominante rol in het ontstaan van ADHD. Bij ruim 80% van de kinderen vindt men een erfelijke factor.

ADHD is absoluut geen gevolg van een falende opvoeding, maar een onregelmatig en onrustig, jachtig leven thuis en op school, kan de symptomen wel versterken. Datzelfde geldt voor voortdurende uitingen van vijandigheid, kritiek en afkeuring naar het kind.

 

Prevalentie (voorkomen bij de bevolking)

De cijfers over het voorkomen van ADHD bij kinderen lopen nogal uiteen, afhankelijk van de diagnosecriteria en de onderzoeker. Geschat wordt dat tussen de 3 tot 20% van de Nederlandse bevolking kenmerken van ADHD vertonen. Bij volwassenen wordt dit geschat op ongeveer 1% van de volwassen bevolking (v.d. Kooij, 2002).

Jongens hebben drie tot viermaal vaker AD(H)D dan meisjes, terwijl bij volwassenen de verhouding elkaar benadert. Dit kan wijzen op onderdiagnostiek bij meisjes. AD(H)D gaat bij meisjes minder vaak gepaard met hyperactiviteit en agressief gedrag. Meisjes hebben meer internaliserende (naar binnen gekeerde) problemen o.a. depressies. Jongens uiten hun gedrag meer externaliserend (naar buiten gekeerd of agressief gedrag).

 

Veel voorkomende problemen bij kinderen met ADHD:

  • gedragsstoornissen (bv. agressie)
  • angst- en stemmingsstoornissen
  • motorische onhandigheid (fijne en/of grove motoriek)
  • leerstoornissen
  • taal- spraakstoornissen op jonge leeftijd
  • autisme en verwante stoornissen

 

ADD Attention Deficit Disorder

of aandachtstekortstoornis zonder hyperactiviteit, overwegend onoplettend type.

Kinderen met ADD hebben in veel mindere mate last van overbeweeglijkheid. Bij hen is dit meestal beperkt tot een bepaalde onrust. Ook zijn deze kinderen vaak wat traag en hebben startproblemen. Toch functioneren deze kinderen beneden hun niveau, doordat zij hun aandacht niet goed kunnen richten, omdat bij hen de concentratiestoornis het hoofdprobleem is. Concentratieproblemen kunnen leiden tot leerproblemen. In 60% van de gevallen heeft bijvoorbeeld een ADD-kind een specifieke lees- of rekenstoornis (Barkley, 1998; Gunning, 1998; Oudshoorn e.a., 1998; Paternotte, 1996).
Vaak zijn kinderen met ADD als baby erg rustig (te rustig) geweest en maken zij een trage indruk. Ze zitten bijvoorbeeld graag voor de tv, maar blijken bij navraag waar ze naar keken helemaal niet gevolgd te hebben. ADD lijkt vaker bij meisjes op te treden. Dit is mogelijk het gevolg van het feit dat meisjes van nature meer internaliserend (naar binnen toe/in zichzelf gekeerd) gedrag vertonen en jongens externaliserend gedrag vertonen.
Doordat er bij kinderen met een ADD geen of nauwelijks sprake is van hyperactiviteit worden zij niet opgemerkt of gediagnosticeerd, terwijl er wel degelijk sprake is van een stoornis.

Frustrated child with learning difficultiesDe diagnose gebeurt op basis van observatie en rapportage door ouders, leerkrachten, het kind zelf en informatie verkregen door eigen waarneming (vooral bij jongeren).

Daarnaast wordt een psychomotorisch onderzoek afgenomen en wordt de concentratie geëvalueerd. Dit alles kan ondersteund worden door een neurologisch onderzoek.

In overleg met de psycholoog, de neuroloog, de logopedist en de psychomotorische therapeut wordt de diagnose gesteld.

 

Om een diagnose te stellen baseren we ons op de kenmerken van ADHD volgens de criteria van de DSM-IV

 

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit

 

Aandachtstekort

zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet
past bij het ontwikkelingsniveau van het kind of de jongere :

 

  • slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in
  • schoolwerk, werk of bij andere activiteiten
  • heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
  • lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt
  • volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karwijtjes af te maken of  verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het  onvermogen om aanwijzigen te begrijpen)
  • heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten
  • vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een
  • aanhoudende aandacht (langdurige geestelijke inspanning) vereisen (zoals school- of huiswerk)
  • raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed,
  • huiswerk, potloden, boeken of gereedschap)
  • wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
  • is vaak vergeetachtig in zijn doen en laten (bij dagelijkse bezigheden)

 

Hyperactiviteit-impulsiviteit

zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau :

 

Hyperactiviteit

  • zit vaak met de handen te friemelen, met de voeten te schuiven en op zijn stoel te wiebelen
  • staat zo maar op (bv. in de klas of in andere situaties), terwijl verwacht wordt te blijven zitten
  • rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten of   volwassenen kan dit beperkt blijven tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid)
  • heeft vaak moeite rustig mee te spelen of aan vrijetijdsactiviteiten deel te nemen.
  • is vaak “in de weer” of “draaft maar door”
  • praat vaak aan een stuk door

Impulsiviteit

  • gooit het antwoord er vaak al uit voor de vraag helemaal is gesteld
  • kan dikwijls niet op zijn beurt wachten, in een winkel, bij sport of spel of in groepssituaties
  • verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op

Bijkomende criteria zijn:dat ADHD niet later dan op de leeftijd van zeven jaar is begonnen, dat de symptomen in twee of meer situaties dienen op te treden (bv. thuis, op school, op het      werk of  de sportvereniging), dat de stoornis veel leed en beperking in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren       veroorzaakt en dat er geen sprake is van een zwaarder diagnose zoals pervasieve ontwikkelingsstoornis,      psychose of manie (Koster van Goos, 1998).

Over de criteria en de bijkomende criteria zijn thans in wetenschappelijke kring vele discussies gaande, omdat er ook bijvoorbeeld mensen zijn waarbij de symptomen na het zevende jaar begonnen zijn.

 

Elk kind, bij wie het vermoeden bestaat van een ADHD of ADD problematiek, heeft recht op een uitgebreid multidisciplinair diagnostisch onderzoek. In Triangel gebeurt dit door een team dat bestaat uit een kinderpsychiater of neuroloog, een psycholoog, een psychomotorisch therapeut en soms een logopedist. De diagnosestelling wordt voorafgegaan door een uitgebreide intake. Via een gesprek met de ouders, observatiegegevens vanuit de school en het scoren van vragen en observatielijsten krijgen we een eerste indruk over het functioneren van het kind. Een onderzoek naar de psychomotorische ontwikkeling, een intelligentie- onderzoek en een onderzoek naar de schoolse vaardigheden bezorgt ons de nodige aanvullende informatie.

 

Hoe verloopt het onderzoek ?

 

Een aanvraag voor een onderzoek doet u best telefonisch. We maken een afspraak voor een eerste gesprek nl. de intake. We bevragen de voorgeschiedenis, de vroegontwikkeling en de huidige symptomen die aanleiding zijn tot verder onderzoek. Bij volwassenen wordt eveneens de beroepsloopbaan bevraagd.

 

Observatiegegevens van school of CLB zijn steeds welkom. Komen er tijdens het intake gesprek voldoende argumenten naar voor om over te gaan tot een onderzoek naar de aanwezigheid van ADHD of ADD, dan starten we een onderzoek op. In sommige gevallen is de aanmeldingsklacht minder duidelijk en is het noodzakelijk andere psychische of ontwikkelingsproblematieken uit te sluiten.

 

In de meeste gevallen zijn volgende onderzoeken noodzakelijk :

 

  • Concentratieonderzoek : In Triangel werd een testbatterij samengesteld die op een leeftijdsadequate wijze gegevens verzamelt over de diverse aspecten van concentratievaardigheid, geheugen en taakspanning.
  • Intelligentieonderzoek : We gaan na over welke cognitieve vaardigheden het kind beschikt, of er een discrepantie is tussen het verbale en performale deel van de intelligentie. Tevens zijn de observatiegegevens belangrijk.
  • Neurologisch onderzoek : Door de neuroloog worden een aantal testen uitgevoerd die noodzakelijk zijn om tot een waardevolle diagnose te komen en die tevens noodzakelijk zijn om een aantal andere problematieken uit te sluiten.
  • Aan de ouders en de school worden vragenlijsten meegegeven.
  • In sommige gevallen wordt een motorisch onderzoek geadviseerd, zeker wanneer er psychomotorische of ruimtelijke problemen werden gesignaleerd.
  • Mocht er als gevolg van de concentratieproblematiek een probleem rond schoolrijpheid of leermoeilijkheden optreden, dan wordt tevens een logopedisch onderzoek geadviseerd.
  • Wanneer alle onderzoeken werden uitgevoerd volgt een MDO.
  • Vervolgens wordt u uitgenodigd voor een eindbespreking en krijgt u adviezen rond opvang, verdere begeleiding, schoolkeuze en begeleiding.

 

U krijgt binnen Triangel een ‘aanspreekpersoon’, dat is degene die verantwoordelijk is voor uw dossier en betrokken is bij het onderzoek en het MDO (multidisciplinair overleg) voorzit. In de meeste gevallen is dit een kinder- of volwassenenpsycholoog. Bij haar/hem kan u nadien ook terecht met uw vragen naar verdere begeleiding, schoolse problemen of opvoedingsvragen.

 

Wij werken nauw samen met het CLB en de school. In sommige gevallen nam het CLB reeds een intelligentieonderzoek af. Mits toestemming van de ouders vragen we de resultaten op. Indien deze van recente datum zijn is het niet noodzakelijk dit onderzoek nogmaals uit te voeren.

 

Het eindverslag wordt standaard verstuurd aan uiteraard de ouders, maar ook de school, het CLB, de huisarts en de verwijsinstantie. Uiteraard wordt hiervoor eerst de toestemming van de ouders gevraagd.

 

Wie komt in aanmerking voor onderzoek ?

 

Een diagnose is mogelijk vanaf de leeftijd van 6 jaar. De meeste testen die gebruikt worden zijn genormeerd vanaf die leeftijd. Dit wil niet zeggen dat er voor die leeftijd geen problemen kunnen gesignaleerd worden.

Kinderen die aangemeld worden en jonger zijn dan 6 jaar doorlopen eerst een observatieperiode voor het onderzoek wordt opgestart.

Voor jongeren ouder dan 18 jaar worden leeftijdsadequate test gebruikt. Dit houdt in dat de testing op lager schoolniveau of secundair of volwassen niveau verschillend is.

 

Wat de intelligentie betreft zijn er geen beperkingen, wij onderzoeken zowel hoog-, normaal- als minderbegaafde kinderen/jongeren.

Een totaal onderzoek neemt ongeveer 6 u in beslag. De kostprijs bedraagt tussen de 500 en de 600€.

In sommige gevallen voorziet uw ziekenfonds een tussenkomst via de bijkomende verzekering. Wenst u hierover zekerheid, contacteer dan uw ziekenfonds.

 

Woordverklaring

 

MDO : betekent multidisciplinair overleg. Nadat uw kind alle onderzoeken, noodzakelijk om tot een diagnose te komen, doorliep, wordt er een datum vastgelegd voor een MDO. Hierop zijn alle personen aanwezig die bij dit onderzoek betrokken waren. De testresultaten worden overlopen en er wordt na overleg al dan niet een diagnose gesteld. Dan pas wordt het verslag gefinaliseerd en kan u uitgenodigd worden voor een eindbespreking.

 

Wenst u voorafgaand aan het intakegesprek toch nog meer informatie dan kan u tijdens de werkdagen tussen 9u en 16u terecht op ons telefoonnummer 03/321 09 88.

Boy with Marker on FaceIn Triangel kan je, in samenspraak met de therapeuten opteren voor drie mogelijke interventies of een combinatie ervan.

 

Medicatie

Er is nog geen geneesmiddel of andere behandeling die ADHD geneest. Wel kunnen geneesmiddelen de verschijnselen verminderen.

De dokterspecialist schrijft de medicatie voor. Het kind neemt de medicatie bij voorkeur 2 maal per dag (‘s morgens en tijdens de lunchpauze).

Diverse onderzoeken toonden aan dat de geobserveerde veranderingen aanzienlijk zijn: minder hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratiezwakte met een afname van de fysieke en verbale agressie en een verbeterde taakspanning waardoor het kind beter presteert op school. Bij het stopzetten van de medicatie treedt meestal vrij snel een terugval op.

 

Gedragstherapie

Door systematische controle op de uitlokkende factoren van het gedrag van het kind en beïnvloeding van de gevolgen van het gedrag via belonen, straffen, en uitdoven worden stap-voor-stap gewenste gedragingen versterkt en ongewenst gedrag afgezwakt. Deze interventies kunnen de kernsymptomen van ADHD duidelijk doen verminderen. De therapeut leert de ouders hoe ze met hun kind op een gezonde manier kunnen omgaan.

 

Concentratietraining en impulscontrole

Tijdens de psychomotorische therapie wordt aandacht besteed aan het disfunctioneren van het kind. Door het aanleren van een zelf-instructiemethode wordt de taakspanning verhoogt. De kinderen krijgen meer inzicht in het eigen functioneren, wat daadwerkelijk bijdraagt tot succeservaringen. Hierdoor wordt hun zelfbeeld positief gestimuleerd waardoor hun schoolprestaties verbeteren en ze weer controle krijgen over hun eigen gedrag.

 

Voedingsondersteunende maatregelen

Triangel kan u tevens een aantal voedingsadviezen verstrekken die ondersteunend werken.

 

Opvoedingsondersteuning

Voor ouders is het belangrijk te weten hoe ze met een kind met ADHD kunnen omgaan . Vaak zijn ze op zoek naar praktische adviezen die gemakkelijk toepasbaar zijn en effect hebben. Aan ouders wordt geleerd hoe ze consequent en vastberaden met hun kind kunnen omgaan zonder zich daar slecht bij te voelen. Hoe ze grenzen kunnen aangeven en ervoor zorgen dat die gerespecteerd worden. Ze leren te straffen maar vooral te belonen. De voorgestelde begeleiding is afhankelijk van de individuele noden en is aangepast aan de leefijd.

 

Neurofeedback

Bij NFB is het de bedoeling om afwijkende hersengolven te normaliseren. Het is als het ware hersenfitness, wat betekent dat NFB een training is en zoals met alle trainingen, heeft NFB even nodig voor de resultaten duidelijk worden. De spreekwoordelijke dirigent van onze hersenen wordt getraind zodat verschillende hersengebieden efficiënter gaan samenwerken.

Het principe is de hersenen aan te leren welke hersengolven wenselijk zijn. In wezen is dit hetzelfde als je kind iets aanleren door te belonen. We gaan de hersenen trachten te belonen wanneer ze op een ‘juiste’ manier werken. Op die manier wordt concentratie verbeterd en taakspanning verhoogt. Wens je meer info ga naar onze webpagina neurofeedback.