Psychomotorische Stoornissen / DCD

De afkorting DCD staat voor Development Coordination Disorder, ook wel dyspraxie of het “clumsy child syndrome genoemd. DCD houdt in dat planning, coördinatie en uitvoering van verschillende motorische handelingen moeizaam worden geleerd en geautomatiseerd. Er treden problemen op met het bedenken, plannen en uitvoeren van bewegingen/handelingen.

Bij kinderen met DCD vallen in eerste instantie hun onhandigheid, hun onbeholpen motoriek, hun vergeetachtigheid en aandachtsproblemen op. Als kind leer je door oefening steeds nieuwe handelingen. Die worden opgeslagen in het geheugen. Na het herhaaldelijk uitoefenen van deze handeling worden ze een automatisme. Zo leer je fietsen, zwemmen, veters knopen enz. Bij kinderen met DCD gaat er iets fout bij het automatiseren van die handelingen. Het plan raakt niet of onvoldoende geautomatiseerd en het kind moet het wiel telkens opnieuw uitvinden. We spreken hier over psychomotorische moeilijkheden, ofwel moeilijkheden met basisvaardigheden.

 

Onder basisvaardigheden wordt verstaan:

/ Grove motoriek

/ Fijne motoriek

/ Inzicht in ruimtelijke oriëntatie en structurering

/ Kennis van het lichaamsschema

/ Lateralisatieproblemen

/ Concentratieproblemen

 

DCD bij adolescenten uit zich in problemen met de motorische uitvoering van taken. De problemen ontstaan als gevolg van een beperkte coördinatie en motoriek. Vaak is het moeilijk voor mensen met DCD om hun handtekening geautomatiseerd te krijgen, hun rijbewijs te halen. Vaak hebben ze last met schrijven, koken, het hanteren van gereedschap …

Veel mensen met DCD hebben bovendien moeite met plannen, organiseren en werkgeheugen. Ze hebben geen overzicht op de stappen die nodig zijn om een doel te bereiken. Ook psychosociale aspecten en beperkingen in participatie kunnen hun functioneren in de weg staan.

Ook zal de impact van de aandoening afhankelijk zijn van de persoonskenmerken van het individu, zoals veerkracht, zelfvertrouwen, cognitieve compensatiemogelijkheden, etc. Ook de aard en omvang van de sociale ondersteuningsnetwerken spelen hierbij een rol.

 

Oorzaak

Over de oorzaak van dyspraxie is nog veel onduidelijk. Vaak wordt een probleem of onvolgroeidheid van neuronen (hersencellen) genoemd. Vanuit de hersenen worden de berichten niet goed doorgegeven aan het lichaam.

 

Symptomen

Dyspraxie komt voor in verschillende vormen. Dyspraxie kan vooral de grove motoriek raken zoals lopen, fietsen en zwemmen. De fijne motoriek kan moeizaam worden geleerd. Problemen met schrijven, tekenen en knutselen kunnen hiervan het gevolg zijn.

 

Bij kinderen met DCD kan je in verschillende mate volgende symptomen waarnemen:

/ Moeite met het aanleren van kruipen, lopen, zwemmen, fietsen, e.d.

/ Moeite met organiseren en ordenen

/ Problemen met de fijne motoriek

/ Problemen met de grove motoriek en het evenwicht

/ Slecht ruimtelijk bewustzijn

/ Slecht bewustzijn van eigen lichaam (uit zich in onhandigheid en ongelukjes)

/ Gevoelige tastzin

/ Concentratie- en aandachtsproblemen

/ Spraak- en taalmoeilijkheden

/ Slechte oog-hand coördinatie

/ Slecht handschrift

/ Leerproblemen zoals schrijf-, lees-, reken- en automatiseringsproblemen

/ Vergeetachtigheid, verstrooidheid

/ Slaapproblemen

/ Sociaal-emotionele problemen

Niet elk kind met DCD heeft al deze symptomen en ook niet in dezelfde mate.

 

Meer uitgewerkt kunnen we stellen:

Een kind met dyspraxie lijkt vooral onhandig, het lopen gaat moeizaam en ze vallen veel. Een bal gooien of vangen, fietsen, zwemmen of skaten, het lijkt allemaal klungelig en heel moeilijk.

Het ruimtelijk inzicht is beperkt. Kinderen vinden het niet prettig in het midden van een ruimte, aan de zijkanten is prima. In een rij lopen is lastig, liever vooraan of achteraan. Ze vinden het vooral naar wanneer mensen te dichtbij staan en dat ‘dichtbij’ kan soms voor anderen ver lijken.

Handelingen die te maken hebben met de fijne motoriek, zoals schrijven (een pen vasthouden), puzzelen, kralen rijgen, letterbakken leggen, veters strikken, kleien, knippen … leveren vaak problemen op.

Volgorde en planning geven ook vaak problemen. Tanden poetsen, aankleden, tas inpakken maar ook tafels leren in de goede volgorde.

Vaak is er sprake van een slecht korte termijn geheugen, waardoor motorische vaardigheden heel lang moeten geoefend worden om geautomatiseerd te worden.

Gevoelige tastzin: kleding kriebelt of zit niet prettig, aanraking is niet fijn en haren kammen is een drama.

Kinderen met dyspraxie lijken jonger dan hun leeftijdgenootjes. Emoties worden soms wat overdreven, ze zijn snel geïrriteerd en ongeduldig. Belangrijk: kinderen lijken wel jonger maar hun intelligentie is normaal.

Het richtingsgevoel is slecht ontwikkeld. Kinderen met DCD verdwalen gemakkelijk, zelfs wanneer ze een plaats goed kennen, bv. in de eigen school.

Problemen met tijd in de meest ruime zin van het woord. Kloktijden worden laat aangeleerd, begrippen als avond, middag en ochtend worden niet begrepen, seizoenen en maanden zijn te abstract.

Instructies worden niet of verkeerd opgevolgd. Alleen wanneer een instructie wordt opgedeeld in deeltaken lukt het soms deze uit te voeren.

DIAGNOSE

Een onderzoek vindt slechts plaats wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat grof- of fijnmotorische functies zich onvoldoende ontwikkelen. Vaak zien we dit optreden bij kleuters als een onderdeel van niet schoolrijp zijn. Bij lagere schoolkinderen komt het vaak voor als één van de oorzaken van leerstoornissen. Steeds is verder onderzoek aangewezen.

De onderzoeken gaan het niveau van verschillende deelvaardigheden na. Buiten grove en fijne motoriek worden volgende functies onderzocht: 

/ Evenwicht

/ Schrijfmotoriek

/ Ruimtelijke oriëntatie en structurering

/ Lichaamsschema

/ Lateralisatie

/ Concentratie

 

Triangel biedt de mogelijkheid de aanwezigheid van DCD op te sporen bij zowel kinderen als adolescenten.

 

Na telefonische aanmelding wordt een afspraak gemaakt voor een intakegesprek.Tijdens het intakegesprek wordt de aanmeldingsklacht verduidelijkt en vooral concreet gemaakt. Indien de aanmeldingsklacht voldoende relevante informatie bevat richting DCD kan een onderzoek opgestart worden. U krijgt op dat ogenblik tevens informatie over de loop van het onderzoek en de kostprijs.

 

Het onderzoek verloopt multidisciplinair. Dit wil zeggen dat er zowel een motorisch, alsook een neurologisch- en intelligentieonderzoek worden ingepland. Bij kinderen kan ook informatie van de ouders en leerkrachten opgevraagd worden.

Na de onderzoeken volgt een eindgesprek. U krijgt adviezen en informatie over de gestelde diagnose.

BEHANDELING

Na het onderzoek bespreekt de onderzoeker de testgegevens met de ouders en wordt er, indien nodig, therapie geadviseerd. Afhankelijk van de ernst van de resultaten uit het onderzoek wordt bepaald welke therapie zal worden toegepast. Het therapieplan bepaalt de inhoud van de therapiesessies en wordt individueel opgesteld in functie van de noden en tekorten van het specifieke kind.

 

Psychomotorische therapie wordt toegepast bij personen met:

/ Een motorische ontwikkelingsachterstand

/ Leermoeilijkheden of kinderen die niet schoolrijp zijn

/ Gedragsmoeilijkheden

/ NLD (non-verbale leerstoornis)

/ ASS (Autisme spectrum stoornis)

/ AD(H)D

 

Tijdens de therapie bij kinderen wordt er op een kindvriendelijke manier aandacht besteed aan de persoonlijke moeilijkheden. Tegelijkertijd wordt ook het gedragsmatige aspect niet verwaarloosd en wordt het kind aangeleerd te denken en te handelen op een probleemoplossende wijze.

Een psychomotorische therapie wordt gedeeltelijk terugbetaald door de mutualiteit. Voor meer informatie hierrond, raden we aan te informeren bij de mutualiteit waarbij u aangesloten bent.

 

Neem gerust contact voor meer info of een afspraak.